PTSS-klachten

PTSS heeft een aantal kenmerkende klachten.

Concentratiestoornissen

Als u last hebt van concentratiestoornissen lijkt het alsof u zich nergens langer dan een paar seconden op kan concentreren. U bent snel afgeleid door wat er om U heen gebeurt maar u wordt ook afgeleid ook door uw eigen gedachten.

U kunt zomaar ineens afgedwaald zijn. Soms ziet u dan alleen nog maar akelige dingen voor u. Dingen die u herinneren aan de vreselijke gebeurtenissen die u hebt meegemaakt. Het kan ook zijn dat u ergens mee bezig bent en dan de tijd ‘kwijt’ bent. Dan zat u kennelijk met uw gedachten heel ergens anders. Dit hindert uw dagelijks leven maar ook het contact met de mensen om u heen.

Ook in contact met anderen bent u snel afgeleid en kunt u moeilijk reageren. U denkt bijvoorbeeld dat u iets verteld hebt, maar krijgt te horen dat dit niet het geval is. Soms laat u zelf uw gedachten dwalen omdat u niet zo goed kunt luisteren. Er gaan teveel onprettige dingen door u heen als u naar anderen luistert. Mensen verwijten u dan dat u niet genoeg interesse voor ze hebt. Dat is meestal niet het geval. U bent wel degelijk geïnteresseerd, maar u voelt uzelf heel snel overspoeld door wat er allemaal in u omgaat.

Piekeren

Na een schokkende gebeurtenis kunnen er veel dingen zijn waar u zich zorgen over maakt. U kunt daardoor volledig in beslag genomen worden, de gebeurtenis laat u niet los.

U denkt er steeds weer aan terug, ook als u dat niet wilt. Vragen blijven rondspoken. Dit gaat soms dag en nacht door.

Na een schokkende ervaring hebben veel mensen hier last van. Als u merkt dat u veel piekert wil dat nog niet zeggen dat het niet over kan gaan.

Somberheid

Ingrijpende gebeurtenissen kunnen u het gevoel geven dat de bodem onder uw bestaan weg is. De wereld die zo vertrouwd was lijkt opeens helemaal anders.

U kunt ingewikkelde, soms tegenstrijdige dingen gaan voelen: verontwaardiging, wrok, schuld, schaamte, hulpeloosheid en hopeloosheid. Hierdoor kunt u steeds somberder worden.  Als dit sombere gevoel lang blijft bestaan,  gaat het een nadelig effect hebben op uw bestaan. Dan krijgt de somberheid zo veel vat op u dat er sprake is van een depressie.

U merkt dat u helemaal geen puf meer hebt. U komt nergens aan toe. Dingen die u vroeger leuk vond, kunt u niet meer opbrengen. Alles wat u doet kost enorme inspanning. U vindt het soms ook volslagen zinloos iets te doen. Dan voelt u een soort doffe onverschilligheid. Alsof niets er meer toe doet. Alsof er een geluiddichte glazen stolp om u heen zit. U ziet wel van alles om u heen, maar u kunt er niet spontaan op reageren. U wilt ook eigenlijk niet reageren, u wilt het liefst met rust gelaten worden. Maar als u met rust gelaten wordt komen afschuwelijke beelden en gevoelens boven.

Slaapproblemen

Als somberheid overheerst kunt u ook veel problemen hebben met slapen. U vindt het moeilijk om naar bed te gaan.

U durft eigenlijk niet te gaan slapen. U bent bang dat u nachtmerries krijgt of dat u misschien niet meer wakker wordt. Of u schrikt met een klap wakker, helemaal gespitst op mogelijk onraad, gevaar. U kunt uzelf niet meer geruststellen, u kunt niet meer ontspannen. Dan ligt u het grootste deel van de nacht gespannen als een veer te wachten tot de dag begint.

Er kunnen ook periodes zijn dat u absoluut geen zin hebt op te staan. Het lijkt allemaal zo volledig zinloos. U hebt geen zin om weer een dag mee te maken. U voelt zichzelf ook zo verschrikkelijk moe. U sleept u maar voort. Het lijkt wel alsof of uw lichaam op geen enkele manier meer doet wat u wilt. Het liefst zou u heel lang heel diep willen slapen en verder niks. Uw omgeving probeert u te stimuleren toch iets te ondernemen. Dit maakt u eerder boos dan dat het u helpt. U voelt uzelf overvraagd, of schuldig omdat u tekort schiet. En dan voelt u zich weer zo ellendig dat u het liefst in bed blijft liggen.

Problemen met eten

Als somberheid overheerst kunt u ook veel problemen hebben met slapen. U vindt het moeilijk om naar bed te gaan.

Misschien hebt u helemaal nergens trek in. Het is alsof u niets meer proeft  of dat alles hetzelfde smaakt. U hebt misschien ook helemaal geen zin om te eten. U bent er gewoon te somber voor.

 Of u voelt uzelf schuldig als u eet. U weet dat het onzin is, maar toch is het dan net alsof u niet voldoende ‘solidair’ bent. U mag het van uzelf eigenlijk niet aangenaam hebben.

Het kan ook zijn dat u juist ontzettend veel eet, u kunt moeilijk stoppen. Het is alsof er voortdurend iets in u hongert. Alsof u een leegte moet vullen. Als u eet voelt u zich veilig en getroost. En als u gegeten hebt voelt u uzelf een tijd sterk. Als u eet is dat nare, lege gevoel ook even weg. Eten geeft u het gevoel dat u leeft, veel prettiger dan die sombere gevoelens.

Angst en paniek

Angst voelen na een schokkende gebeurtenis is normaal. Uw knieën worden slap, uw hart bonkt, het is alsof u geen adem meer kunt krijgen, u wordt misselijk, draaierig, het zweet breekt u uit. Op zich zijn dit nog gewone angstreacties.

 Anders is het als u angstreacties krijgt als er iets gebeurt dat maar een heel klein beetje lijkt op de schokkende gebeurtenis die u eerder meegemaakt heeft. Of als er helemaal geen begrijpelijke samenhang is. Zomaar, ineens breekt het zweet u uit, u krijgt hartkloppingen, de wereld tolt om u heen, u hebt het gevoel dat u door uw benen zakt, u maag wordt loodzwaar …

U schaamt uzelf dood als dit in gezelschap gebeurt. Het maakt u vreselijk onzeker. U hebt het niet onder controle. Het kan voor uw gevoel zomaar toeslaan en het is een vreselijk ellendig gevoel. Het is ook niet uit te leggen aan de mensen om u heen.

Misschien denk u eerst dat het iets lichamelijks is. Dat er iets in uw lijf niet in orde is. Misschien heb u de huisarts al vaker om een onderzoek gevraagd. Maar de huisarts kan niets vinden. Na verloop van tijd gaat u situaties vermijden waarin deze reacties mogelijk op kunnen treden. Omdat u niet weet waardoor u zo’n paniekreactie krijgt, kunt u eigenlijk nergens meer naar toe. U trekt uzelf steeds meer terug. U bent zo bang dat de paniekreactie ineens toeslaat. Als u er alleen al aan denkt raakt u al in paniek.

Uw dagelijks leven wordt toenemend bepaald door uw angst een paniekreactie te krijgen. U doet dingen niet meer die u vroeger leuk vond om te doen. U raakt het contact kwijt met de mensen om u heen. U bent de controle over uw leven kwijt en hebt steeds minder plezier in uw leven. Hulpverleners noemen zo’n overmaat aan angst een angststoornis.

Lichamelijke klachten

Uw lijf reageert natuurlijk ook. U hebt misschien op allerlei plaatsen pijn, al uw spieren zijn gespannen, u hebt hartkloppingen.

U bent dood- en doodmoe en hebt geen energie voor dingen die u vroeger wel deed. Soms verdwijnen deze klachten niet. U maakt u zorgen, want het lijkt alsof uw klachten alleen maar toenemen.

Uit onderzoek blijkt dat mensen die ernstige schokkende gebeurtenissen hebben meegemaakt gedurende langere tijd last kunnen hebben van lichamelijke klachten. Moe zijn, hoofdpijn, spierpijn, lage rugpijn en misselijkheid komen veel voor.

 Bij uitgebreid medisch onderzoek kunnen artsen in veel gevallen geen lichamelijke oorzaak voor deze klachten vinden. Wel wordt vaak een verband gelegd met de moeilijke situatie die iemand achter de rug heeft. Artsen spreken in dit verband over lichamelijk onverklaarde klachten.

Deze onverklaarde klachten kunnen forse beperkingen met zich meebrengen. U bent bijvoorbeeld niet in staat uw dagelijkse bezigheden of werk weer op te pakken. Of u hebt geen energie om met andere mensen om te gaan. Zelfs niet met vrienden of familie. Dit alles leidt ook vaak tot onbegrip, bij vrienden, bij uw partner, uw gezin of bij anderen in uw omgeving.

Verlies en rouw

Het kan zijn dat u dierbaren verloren hebt of zelf ernstig letsel opgelopen hebt. Of u hebt alles achter moeten laten wat u dierbaar was. Verlies en rouw kunnen na het meemaken van ernstige schokkende of traumatische gebeurtenissen een belangrijke rol spelen.

Mensen verschillen in de manier waarop ze rouwen. De reacties kunnen dus sterk uiteenlopen. Ook binnen een gezin kan op heel verschillende manieren gerouwd worden. Kinderen rouwen ook, al uiten zij zich vaak anders dan volwassenen. Als het gezin deze verschillen kan aanvaarden, lukt het beter om elkaar bij te staan. Mensen kunnen elkaar op veel verschillende manieren helpen en troost bieden.

Het verlies kan ook ernstige schuldgevoelens oproepen, zo zeer zelfs dat u veel aan de dood moet denken en u geen plezier meer kan hebben aan de dingen van alledag. Aan ernstig verlies en langdurige rouw dient altijd aandacht besteed te worden in de behandeling.